Via mijn aanmeldformulier zocht ze contact met mij. “Het gaat niet lekker,” schreef ze. Via een vriendin had ze over mij gehoord en voorzichtig vroeg ze of ik haar kon helpen.

Haar beide ouders waren al enige tijd geleden overleden. Toch worstelde ze nog dagelijks met een diep gevoel van eenzaamheid. En dat terwijl ze een warm gezin heeft: een liefdevolle partner en twee zoons. Van buiten leek alles op orde, maar van binnen speelde er iets anders. Ze voelde zich vaak niet goed genoeg. Niet bij haar vriendinnen, niet binnen haar familie, niet op haar werk en zelfs niet binnen haar eigen gezin. De angst ommensen te verliezen was voortdurend aanwezig. Alsof ze het nooit helemaal goed deed. Alsof ze er nét niet echt bij hoorde.

Toen we samen teruggingen in haar levensverhaal, werd duidelijk dat dit gevoel niet nieuw was. Het was er eigenlijk altijd al geweest. Ze beschreef zichzelf als kind als onzeker, introvert, braaf en angstig. Een meisje dat vooral haar best deed om het goed te doen voor  haar ouders. Haar moeder kampte met psychische problemen en haar vader was veel afwezig door werk. In zo’n omgeving leer je al vroeg om je aan te passen, om te zorgen, om alert te zijn. Maar vaak ten koste van jezelf.

Tijdens mijn begeleiding zie ik regelmatig hoe de manier waarop we met verlies omgaan, sterk verbonden is met onze jeugd. Met vragen als: was er ruimte voor jou? Werd je gezien? Wat namen je ouders zelf mee in hun leven? Onbewuste processen spelen hierin een grote rol, zeker wanneer we geconfronteerd worden met ingrijpende gebeurtenissen zoals verlies.

In onze sessies hebben we aandacht besteed aan haar gezin van herkomst, haar systeem, en aan de vraag: waar komt mijn angst vandaan? Dit bracht waardevolle inzichten. Daarnaast lag de focus op het versterken van haar zelfbeeld. Aan de hand van haar waarden en normen ontdekte ze wat écht belangrijk voor haar is. Waar ze invloed op heeft, en waar niet. Wat van haar is, en wat bij de ander hoort. Het is geen rechte weg. Het is een proces van vallen en opstaan. Van voelen, herkennen en opnieuw kiezen. Van oude patronen loslaten en nieuwe overtuigingen eigen maken.

Maar juist in dat proces gebeurde er iets moois. Haar zelfbeeld kreeg een stevige basis. Van daaruit, vanuit haar eigen kracht, leerde
ze anders naar situaties te kijken. Met meer rust. Meer acceptatie. Het is wat het is. Gevoelens van schuld kon ze beter plaatsen. Gedachten als “doe ik iets verkeerd waardoor ik iemand verlies?” verloren hun grip. Ook in het contact met haar broer begon iets te veranderen. Alsof er beweging kwam. Alsof er ruimte ontstond. Haar verlangen naar verbinding kreeg langzaam vorm, op een manier die bij haar past.

Rouw en verlies gaan niet alleen over wat je kwijt bent. Ze raken vaak diepere lagen in jezelf. Maar juist daar ligt ook de mogelijkheid tot groei. Naar een evenwichtigere versie van jezelf.

Meer in verbinding. Met anderen, én met jezelf!