Vier jaar geleden begon een bijzonder nieuw hoofdstuk. Samen met een zeer ervaren collega startte ik een samenwerking met het idee dat ik haar werkzaamheden geleidelijk zou overnemen, zodat zij met een gerust hart van haar welverdiende pensioen kon gaan genieten. Ik werkte op dat moment al als zelfstandig begeleider, maar beschikte nog niet over een eigen praktijkruimte. Deze samenwerking bood mij de mogelijkheid mijn praktijk verder op te bouwen én te leren van iemand met veel kennis en ervaring. Die jaren hebben een belangrijke basis gelegd voor de manier waarop ik vandaag de dag werk.

Niet lang daarna vroeg mijn collega of ik een jongen van negen jaar wilde begeleiden. Zijn oom was overleden door zelfdoding. Om zijn privacy te beschermen noem ik hem in deze blog Jasper. Hoewel ik de begeleiding graag aannam, voelde ik ook direct een aarzeling. Mijn overtuiging is namelijk dat kinderen vooral gebaat zijn bij ouders die zich gesteund voelen. Een kind voelt zich immers het veiligst bij de mensen die het kent en vertrouwt. Daarom richt ik mijn begeleiding het liefst niet alleen op het kind, maar juist ook op de ouders.

De eerste gesprekken voerden Jasper en ik samen met zijn moeder. Er ontstond al snel een warme en vertrouwde klik. Langzaam werd duidelijk waar hij mee worstelde. Zijn oom was een belangrijke persoon in zijn leven. Hij kwam bijna dagelijks over de vloer, at mee, speelde voetbal met Jasper en was er gewoon altijd. En ineens was hij er niet meer. Wat Jasper misschien nog wel het moeilijkst vond, was dat er nauwelijks werd gesproken over wat er precies gebeurd was. Hij zag het verdriet van zijn moeder en van zijn grootouders, maar voelde zich buitengesloten. Alsof iedereen iets wist wat hij niet mocht weten. Kinderen voelen vaak haarfijn aan dat er iets speelt. Wanneer woorden ontbreken, vullen zij de leegte zelf in. Hun fantasie is dan vaak angstiger dan de werkelijkheid.

Samen met zijn moeder heb ik daarom gezocht naar woorden die pasten bij zijn leeftijd. Op een rustige, liefdevolle manier hebben we uitgelegd hoe en waarom zijn oom zelf een einde aan zijn leven had gemaakt, omdat hij geen uitweg meer zag. Jasper reageerde heel anders dan veel volwassenen misschien verwachten: hij voelde vooral opluchting. Eindelijk wist hij wat er gebeurd was. Toch verdwenen zijn zorgen niet. ‘s Avonds durfde hij nauwelijks nog te gaan slapen.

Tijdens gesprekken, spel en creatieve opdrachten werd duidelijk waarom. Hij was bang dat zijn vader of moeder ook dood zouden gaan. Hij wilde de deur openlaten of kwam steeds weer naar beneden om te controleren of alles nog goed was. Zijn ouders hebben hem in die periode met veel geduld, liefde en voorspelbaarheid geholpen. Er ontstond ook ruimte om zijn oom een blijvende plaats in het gezin te geven. Er werd over hem gesproken wanneer Jasper daar behoefte aan had. Herinneringen mochten er zijn. Verdriet mocht er zijn. Zijn oom bleef onderdeel van het gezin, ook al was hij overleden. En toch voelde ik dat er nog iets onder lag.

Toen Jasper en zijn moeder opnieuw samen kwamen, viel mij iets op wat ik eigenlijk vanaf het eerste gesprek al had gezien. Wanneer zijn moeder aanwezig was, leek Jasper haar verdriet als het ware over te nemen. Hij hing dicht tegen haar aan, huilde sneller en vergat bijna zijn eigen gevoelens. In gesprek met zijn moeder ontdekten we dat Jasper zich verantwoordelijk voelde voor haar verdriet. Dat werd een belangrijk keerpunt. Tijdens een volgende sessie maakte Jasper iets moois voor zijn moeder als troost. Zijn moeder schreef op haar beurt een brief aan Jasper. Daarin vertelde zij dat het verdriet om haar overleden broer van háár was. Dat Jasper haar best mocht troosten, maar dat hij haar verdriet niet hoefde te dragen. Dat hij vooral weer kind mocht zijn. Spelen. Lachen. Leven. Het was een ontroerend moment om daarbij aanwezig te mogen zijn. Niet omdat het verdriet verdween, maar omdat moeder en zoon elkaar vanuit liefde toestemming gaven om ieder hun eigen verdriet te dragen.

Na verloop van tijd konden we de begeleiding afronden. Jasper zit inmiddels op de middelbare school. Zijn oom is nog altijd onderdeel van zijn leven, in verhalen, herinneringen en liefde. Niet als een geheim waarover niet gesproken mag worden, maar als iemand die gemist wordt en een blijvende plek heeft gekregen. Deze begeleiding heeft mij opnieuw bevestigd hoe belangrijk het is om kinderen eerlijk, liefdevol en op hun eigen niveau te betrekken bij verlies. En misschien nog wel belangrijker: hoe krachtig ouders zijn wanneer zij de ruimte krijgen om samen met hun kind door het verdriet heen te groeien. Want rouw hoeft niet opgelost te worden. Rouw wil gezien, gedeeld en gedragen worden.

Om de privacy van betrokkenen te beschermen zijn enkele persoonlijke details en namen aangepast. De essentie van deze gebeurtenis is onveranderd.